Hauntology

Hauntologie (een samentrekking van haunting en ontologie) is het filosofische en culturele idee dat ons heden altijd ‘bespookt’ wordt door de geesten van het verleden. Specifieker gaat het om de nostalgie naar verloren toekomsten: de utopische beloftes en visies op de toekomst die in het verleden zijn gemaakt, maar nooit werkelijkheid zijn geworden.

De term werd in 1993 bedacht door de Franse filosoof Jacques Derrida (in de context van het marxisme), maar kreeg in de 21e eeuw een nieuw leven dankzij cultuurcritici zoals Mark Fisher en Simon Reynolds. Zij gebruikten het om kunst, muziek en popcultuur te beschrijven die rouwen om een toekomst die we zijn kwijtgeraakt.

Wanneer we het over hauntologie hebben, staan de jaren zeventig bijna altijd centraal. Dat decennium is het ultieme ‘spook’ van onze huidige cultuur.

Cultuurcritici zien de jaren zeventig als het laatste moment waarop er nog een breed geloof was in een radicaal andere, vaak meer collectieve of technologisch optimistische toekomst, vlak voordat het neoliberalisme (met figuren als Margaret Thatcher en Ronald Reagan) in de jaren tachtig dominant werd.

Het decennium zat vol met elementen die destijds futuristisch leken, maar nu een ongemakkelijk, spookachtig gevoel van nostalgie oproepen:

  • modernistische en brutalistische architectuur: enorme, betonnen sociale woningbouwprojecten die bedoeld waren als utopische steden in de lucht, maar vaak in verval raakten.
  • vooruitstrevende publieke voorzieningen: de visie dat de staat zou zorgen voor huisvesting, onderwijs en cultuur voor iedereen.
  • ruimtevaart-optimisme: de nasleep van de maanlanding (1969), waarbij reizen door de ruimte binnen de popcultuur als de onvermijdelijke volgende stap werd gezien.

Hauntologie kijkt naar deze jaren ’70-elementen en vraagt: “Wat is er gebeurd met de toekomst die ons toen werd beloofd?”

De esthetiek van hauntologie (geluid en beeld)

Hauntologische kunst en muziek proberen dit specifieke jaren ’70-gevoel op te roepen. Het klinkt en oogt vaak opzettelijk gedateerd, verweerd en een beetje griezelig (eerily familiar).

Het geluid van vroege, analoge synthesizers (zoals Moogs), destijds gebruikt om de toekomst te verklanken, maar nu het geluid van een ‘oude’ toekomst. Denk aan de experimentele pioniers van de BBC Radiophonic Workshop.

Het opzettelijk gebruiken van het gekraak van vinyl of het ruisen van oude audiocassettes uit de jaren zeventig om het gevoel van imperfecte, haperende herinneringen (of geesten) te simuleren.

Het gebruik van korrelige VHS-beelden, vreemde educatieve televisieprogramma’s, en verontrustende Public Information Films (overheidsspotjes over veiligheid) die in de jaren ’70 op de Britse en Europese tv te zien waren.

De kern van de jaren ’70-hauntologie is dat het geen normale nostalgie is. Normale nostalgie verlangt terug naar hoe het verleden was, vaak als goudomrande herinnering. Hauntologie verlangt naar hoe we in de jaren ’70 dachten dat onze toekomst zou zijn. Het is een rouwproces voor een afgelaste toekomst, gekenmerkt door het vertrouwde maar inmiddels spookachtige geluid van analoge synthesizers, krakende vinylplaten en ruisende cassettebandjes.